De zoekwoorden achter de Top 100 Letselschade Websites
De Top 100 begint met zorgvuldig geselecteerde, niet-branded zoekwoorden binnen de letselschade markt met een minimum CPC van EUR 0,10. De Google-posities op deze zoekwoorden krijgen vervolgens een commerciële waarde. Hoe hoger de positie, hoe zwaarder die meetelt.
Bekijk Zoekwoorden Overzicht
Eerst het speelveld bepalen
Je kunt geen serieuze Top 100 maken als je eerst honderd letselschadebureaus uitkiest en daarna gaat bepalen wie de beste is.
Dan begint je onderzoek al met een mening.
Ik draai het om.
Eerst bepaal ik het speelveld.
Daarvoor heb ik zorgvuldig zoekwoorden geselecteerd die betrekking hebben op de Nederlandse letselschade sector.
Niet ieder zoekwoord mag meedoen.
Er gelden drie voorwaarden:
- Het zoekwoord moet relevant zijn voor de letselschade sector
- Het zoekwoord mag geen merknaam bevatten
- Het zoekwoord moet een minimum CPC hebben van minimaal EUR 0,10
Dat levert de verzameling zoekwoorden op die je in de tabel hierboven ziet.
En vanaf dat moment mogen de websites het zelf uitvechten.
Waarom geen merknamen?
Stel dat er iedere maand 2.000 mensen rechtstreeks zoeken naar "Jansen Letselschade".
Dan zegt dat iets over Jansen.
Waarschijnlijk hebben ze een sterk merk opgebouwd.
Prima.
Maar dat is niet wat ik hier wil meten.
Ik wil weten wie zichtbaar is wanneer iemand nog geen bureau heeft gekozen.
Wie verschijnt er wanneer iemand bijvoorbeeld zoekt naar een letselschade advocaat, hulp bij letselschade of een schadevergoeding?
Dat is een ander speelveld.
Daarom tellen zoekopdrachten met merknamen niet mee.
Iedereen start met dezelfde generieke zoekvraag.
Waarom minimaal EUR 0,10 CPC?
Omdat niet ieder zoekwoord dezelfde commerciele betekenis heeft.
Zoekvolume vertelt hoeveel er wordt gezocht.
CPC vertelt iets anders.
Het laat zien dat er adverteerders zijn die geld over hebben voor een klik vanuit die zoekopdracht.
Daarom gebruik ik een minimum CPC van EUR 0,10 als ondergrens.
Niet omdat een zoekwoord met EUR 0,11 ineens goud waard is.
Wel om zoekwoorden zonder voldoende commercieel signaal uit de basis van het onderzoek te filteren.
Maar dan zijn we er nog niet
Hier zit een belangrijk verschil.
De zoekwoorden bepalen waarop ik meet.
Ze bepalen nog niet de volgorde van de Top 100.
Daarvoor kijk ik naar de commerciele waarde van de organische posities in Google.
Een nummer 1 positie is meer waard dan positie 10.
Positie 10 is weer meer waard dan positie 30.
Logisch.
Want hoog in Google staan op een commercieel interessant zoekwoord levert veel meer potentiele zichtbaarheid en verkeer op dan ergens onderaan bungelen.
De posities krijgen daarom een waarde.
Vervolgens worden die waarden per website bij elkaar opgeteld.
De totale commerciële waarde van alle gemeten Google-posities bepaalt uiteindelijk de volgorde van de Top 100.
Daarmee kijk ik dus niet alleen naar hoeveel zoekwoorden een website scoort.
Ik kijk ook naar waar die website scoort en hoeveel commerciële waarde daarmee wordt gepakt.
Dat maakt nogal verschil.
En dan begint het onderzoek pas echt
De Top 100 is eigenlijk niet het eindresultaat.
Het is mijn onderzoeksgroep.
Want zodra duidelijk is welke honderd websites de meeste commerciële organische zichtbaarheid pakken, ontstaat een veel interessantere vraag:
Wat doen deze websites online anders dan de rest?
Daarom beoordeel ik de Top 100 vervolgens op meerdere onderdelen:
- SEO
- SEA
- website snelheid
- conversie optimalisatie
- reviews
- gebruik van social media
- klantgerichtheid
Niet om een nieuwe wedstrijd te organiseren met een beker voor de "beste letselschade website".
Ik zoek naar patronen.
Misschien blijkt straks dat vrijwel alle websites uit de Top 10 binnen 1,5 seconde laden.
Of dat de Top 10 technisch veel beter voor SEO is geoptimaliseerd.
Misschien gebruiken de sterkste websites structureel reviews als bewijs.
Of investeren ze veel meer in Google Ads.
Dan wordt het interessant.
Want één snelle website bewijst weinig.
Maar als de snelste en commercieel meest zichtbare websites structureel sneller zijn dan de rest, heb je een patroon te pakken.
Dure pakken of de klant voorop?
En dan is er nog iets wat je niet uit een SEO-tool haalt.
Communicatie.
Ik wil ook weten hoe deze bedrijven zichzelf presenteren.
Gaat de website vooral over het bureau zelf?
Awards.
Vestigingen.
Jaren ervaring.
Grote kantoren.
Dure pakken en dito auto's.
Of begint het verhaal bij degene die daar waarschijnlijk helemaal niet op zit te wachten:
de persoon die letselschade heeft opgelopen?
Dat verschil vind ik minstens zo interessant als een Lighthouse-score of een positie in Google.
Want je kunt technisch een onmeunig goede website bouwen en toch volledig langs je klant heen praten.
Daarom kijk ik ook naar klantgerichtheid.
Wie staat er centraal?
Het bureau?
Of de bezoeker met een probleem?
Wat de Top 100 dus niet zegt
Dit onderscheid is belangrijk.
De Top 100 zegt niets over de kwaliteit van de juridische dienstverlening.
Ik onderzoek geen dossiers.
Ik beoordeel geen juristen.
Ik weet niet welk bureau de hoogste schadevergoeding realiseert of zijn klanten juridisch het beste bijstaat.
Daar doe ik dus ook geen uitspraken over.
Wat ik wel kan onderzoeken, is wat publiekelijk meetbaar en zichtbaar is.
Hoe goed zijn deze organisaties vindbaar?
Hoe snel zijn hun websites?
Hoe zetten ze SEO en SEA in?
Hoe gaan ze om met conversie?
Welke rol spelen reviews en social media?
En vooral:
hoe presenteren ze zichzelf aan iemand die op een kwetsbaar moment op hun website terechtkomt?
Daar gaat dit onderzoek over.
Niet wie zegt dat hij de beste is.
Maar wat de honderd commercieel meest zichtbare letselschade websites daadwerkelijk laten zien.
Krek het verschil tussen roepen en meten.